Een gespreksvorm: de dialoog

Er zijn veel verschillende mogelijkheden om zich verder te bekwamen in het goede gesprek.

De filosofie levert ons bijvoorbeeld het socratische gesprek. Hierin probeert een groep door systematisch overleg een gezamenlijk antwoord te vinden op een fundamentele vraag.

Een dialoog is een korte variant op het socratisch gesprek. Ook hierin wordt een vast patroon gevolgd over/voor? een lastige praktijksituatie. Deze werkwijze is goed te gebruiken voor intervisie en voor een adviesgesprek. De RvT/RvC kan met een systematische dialoog op een gedegen wijze sparringpartner voor de bestuurder zijn, maar ook kunnen andere ‘hot topics’ binnen de RvT/RvC worden ingebracht. Bij de dialoog gaat het niet om het oplossen van problemen, maar om de situatie expliciet te maken en uit te wisselen. In de dialoog wordt getracht om de essentie van het vraagstuk boven tafel te krijgen en onderzocht wat een verstandige manier is om ermee om te gaan. In het praktijkboek Vrije Ruimte (Kessels, Boers, Mostert. 2008) wordt een groot aantal gespreksvormen beschreven waaronder de dialoog.

 

Wij geven hieronder weer welke stappen in een systematische dialoog worden gezet.

 

Centraal staat een praktijkgeval, waar de verteller zelf bij is betrokken en hij/zij als een probleemsituatie heeft ervaren. Spits het praktijkgeval toe op één cruciaal moment.

 

  1. Casus, kwestie, hittepunt

De gespreksleider neemt de voorbeeldgever een kort interview af:

  1. wat is het verhaal, de casus die we gaan onderzoeken? Wat is de kwestie?
  2. Wat is het hittepunt in de casus? Tegen welke achtergrond speelt zich dit moment af (geschiedenis, personen, belangen…)?
  3. Welke gevoelens speelden op dat moment bij jou een rol? Welke gedachten gingen door je heen?
  4. Wat heb je concreet gedaan?
  5. Welke vraag wil je aan je gesprekspartners voorleggen?

Het kan zinvol zijn het cruciale moment en de vraag voor iedereen leesbaar op te schrijven.

 

  1. Verheldering

De anderen stellen vragen ter verheldering van de feiten, zodat zij zich goed kunnen inleven in het cruciale moment.

 

  1. Verplaatsing

De anderen verplaatsen zich (zo oprecht mogelijk) in de schoenen van de voorbeeldgever:

  1. Als jij in die situatie was, op dat moment, wat zou jij dan allemaal voelen?
  2. Wat zou jij denken?
  3. Wat zie je jezelf doen in deze situatie?
  4. Wat is (dus blijkbaar) jouw antwoord op de onderzoeksvraag?
  5. Op grond van welke onderliggende redenen kom je tot dit antwoord?

 

Enkele personen krijgen de gelegenheid om hun antwoorden op alle vragen in te brengen en toe te lichten. Zorg ervoor dat ze spreken vanuit hun eigen beleving en zich niet als adviseur van de voorbeeldgever opstellen. Ondervraag hen, of laat hen ondervragen door de anderen, op onderliggende opvattingen en principes. Zorg ervoor dat het gesprek een onderzoekend karakter houdt en geen discussie wordt. Let wel, het antwoord op de uitgangsvraag (3d) ligt al besloten in het beeld van wat je zou voelen, denken en doen.

 

  1. De essentie

Uit dit voorafgaand onderzoek probeer je vervolgens de essentie te destilleren.

Ieder neemt kort de tijd om voor zichzelf een antwoord te formuleren op de vragen: waar draait het hier om? Wat gaat je het meest aan het hart? Wat moeten we hier ter harte nemen? Iedereen krijgt de gelegenheid het antwoord op te lezen

 

  1. De deugdelijke houding

Vervolgens sta je stil bij de houding die nodig is om in zo’n situatie wijs te handelen. Dit kun je doen aan de hand van de vier kardinale deugden:

  1. Prudentia: wijsheid, bezonnenheid. Het vermogen om onder ogen te zien wat er speelt, om je niet door illusies te laten leiden, om niet te blijven steken in een beperkt beeld van de werkelijkheid
  2. Fortitudo: moed, kracht. Het vermogen om ongemak en angst te verdragen, om je bezieling en verontwaardiging in te zetten.
  3. Termperantia: gematigdheid. Het vermogen om voldoende te genieten, maar ook grenzen te stellen aan je verlangens
  4. Justitia: rechtvaardigheid. Het vermogen om balans te scheppen en iedereen tot zijn recht te laten komen.

 

Aan de hand van deze vier kardinale deugden beantwoordt ieder de volgende vragen:

  1. Wat heb jij hier onder ogen te zien? (prudentia)
  2. Welke moed dien jij op te brengen? (fortitudo)
  3. Welk verlangen van jezelf heb je hier los te laten, op te geven? (temperantia)
  4. Wat is er nodig om alle betrokkenen recht te doen? (justitia)

 

  1. Terugblik

Kijk samen terug op de dialoog. Wat werkte goed in de aanpak? Wat vond je lastig? Hoe ga

je met de uitkomsten verder?

 

Uit: Jos Kessels, Erik Boers, Pieter Mostert. (2008) Vrije ruimte praktijkboek. Filosoferen in organisaties. Boom Amsterdam.

 

Geplaatst in .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.