Het eerste principe van de governancecode door de ogen van een patiënt en een professional

Goede zorg

In de governancecode zorg staat goede zorg centraal. Het eerste principe luidt dan ook dat de maatschappelijke doelstelling en legitimatie van de zorgorganisatie het bieden van goede zorg aan cliënten is. Sinds de governancecode van kracht is geworden (1 januari 2017) zijn er de nodige bijeenkomsten georganiseerd en publicaties verschenen over de gevolgen van de governance-code voor de boardroom, de juridische consequenties van de code en uitgebreid zijn de verschillende principes toegelicht. Al die publicaties lijken er vanuit te gaan dat wel duidelijk is wat goede zorg is. Maar wat is eigenlijk ‘goede zorg’ en wat vinden cliënten en professionals hier zelf van? Per slot van rekening staan zijn zij centraal en is de code in de eerste plaats voor hen bedoeld.

Tijd voor een gesprek met een patiënt en twee professionals over de Governancecode Zorg. Natuurlijk is dit niet een representatief onderzoek en dat was ook niet de bedoeling: we waren vooral heel benieuwd wat zij verstaan onder goede zorg.

 

De patiënt en de professional

We gaan in gesprek met Johan (78 jaar) die eind 2016 te horen kreeg dat er prostaatkanker bij hem was geconstateerd. Hij is onder behandeling bij een groot gespecialiseerd ziekenhuis en een radiologisch instituut. Goede zorg is voor hem dat de arts contact met hem maakt en dat niet alleen als patiënt. Dat een arts hem aankijkt in plaats van te praten en ondertussen te kijken op het beeldscherm van de computer. De vraag van een arts naar wat zijn werk was geweest, gaf een gevoel van erkenning voor wie hij is en wat hij meeneemt. Dat hij meer is dan alleen die kanker, botten en lymfeklieren en ook een leven heeft als echtgenoot, vader en grootvader.

Ook de manier waarop het contact tot stand komt is belangrijk. De toon, het tutoyeren, opnieuw een nieuw gezicht, het niet voorstellen verstoren de relatie. Het zijn allemaal zaken die in de dagelijkse omgang zorgvuldigheid en aandacht vragen en dat geldt evengoed wanneer dit in de context van bv. een ziekenhuis plaatsvindt.

 

Wij hebben ook twee professionals (Maarten, MDL-arts, Anneloes, fysiotherapeut, nu werkzaam als programmamanager) gevraagd wat zij verstaan onder goede zorg. Voor beiden is een voorwaarde dat de zorg technisch en professioneel in orde is. Alleen is dit de basis: van goede zorg is pas sprake als die aansluit op wat en wie iemand is. Dat betekent oog hebben voor de patiënt: wie zit er tegenover me met welke vragen? Maarten zegt daarover dat hij naarmate hij langer in het vak zit, meer oog heeft gekregen voor de andere dimensies. Hij is (nu) oprecht geïnteresseerd in wat de patiënt bezig houdt en wat zijn vragen en behoeften zijn. Het gaat om verbinding maken en van daaruit handelen.

Het gesprek aangaan

De manier waarop het contact wordt gelegd, het aangaan van de relatie is zowel voor Johan, Maarten als Anneloes een belangrijke voorwaarde voor goede zorg.

Anneloes zegt daarover: “Als het klikt, als er een werkelijke verbinding tot stand komt, is sprake van goede zorg.” Overigens hoeft dit niet te betekenen, dat er altijd een hele warme en intensieve relatie moet ontstaan. Als een patiënt het zakelijk wil houden, moet dat ook kunnen.

 

Belangrijk bij het aangaan van het gesprek is dat de patiënt en de professional naast elkaar staan en een gelijkwaardige bijdrage leveren. Ze moeten elkaar vertrouwen, waarderen en aanvoelen. Vertrouwen ontstaat niet zo maar. Beiden zullen daaraan moeten werken en dat begint met erkennen, gevoelens delen en behoeften uiten. Dat betekent niet alleen luisteren maar je ook verplaatsen in de ander en dat bovendien laten merken. Dus ook uitspreken dat je oog en oor hebt voor de zorgen van de ander.

Heel mooi wordt dit verwoord door een kinderarts in de Volkskrant 30 september 2017.

De opname van zijn eigen dochtertje op de kinder-intensive-care was voor hem een ervaring die hem sterk beïnvloed heeft. Ineens werd hij geconfronteerd met een ander perspectief, een andere rol. Ineens was hij ouder in plaats van arts. Hij zegt daarover: “Ik praat nu heel anders met ouders. Mijn artsenlogica kan enorm afwijken van hun belevingswereld. Ik neem nu de tijd om ze (de ouders) te leren kennen, praat met ze over werk, vrije tijd, het gezin. En ik geef ze de kans om hun angsten te benoemen. Zo ontstaat een band, die de basis vormt voor echt contact.”

Door op deze manier het gesprek aan te gaan, ontstaat er ruimte voor andere dingen dan alleen de ziekte en de beperking en is er ruimte voor goede zorg.


In de zaterdagbijlage van de Volkskrant staat nu een mooie reeks verhalen over medische experts over de patiënt die hun kijk (en doen) op het vak veranderde. Vaak betekent dat ook dat de manier waarop ze communiceren en contact maken met patiënten verandert.

 

Geplaatst in .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.