Intuïtie maakt meer kapot is dan je lief is! Vijf tips voor de toezichthouder

Intuïtie maakt meer kapot dan je lief is! Dat is de prikkelende titel van een boek van Harald Merckelbach, hoogleraar en schrijver van wetenschapscolums in de NRC. In dit vlot geschreven boek veegt hij de vloer aan met de in juridische kringen zo gewaardeerde intuïtie en het fingerspitzengefühl. Voorbeeld na voorbeeld wordt in dit boek beschreven waarin te snel wordt geoordeeld en dus de plank wordt misgeslagen. Nu kan dat in de rechtzaal verkeerd uitpakken, maar evengoed geldt dat voor toezichthouders. Want zeg eens eerlijk: hoe vaak gaan wij ook niet op ons gevoel af en besteden we te weinig tijd aan het verder onderzoeken en doorvragen van een vraagstuk dat voorligt?

 

Toezicht is mensenwerk en dat betekent dat de toezichthouder, net als ieder ander, ook in één van de valkuilen van het menselijk gedrag kan stappen. Zoals ‘overconfidence’, waarmee bedoeld wordt dat mensen te veel vertrouwen hebben in hun intuïtie. Bovendien bestaat er een sterke dwang om hier beslissingen op te baseren. Om de uitdaging compleet te maken: het is lastig om de eigen intuïtie ter discussie te stellen. Kortom, de toezichthouder loopt net zo goed het risico om de plank mis te slaan als hij zonder meer zijn intuïtie volgt.

 

Wat betekent dit nu voor de toezichthouder?

Intuïtie laten voor wat het is zou heel jammer zijn, want organisaties en mensen laten zich niet kennen door feiten en tastbare, meetbare zaken alleen.

In de Atlas van het Toezicht staat dan ook:

“Het is de moeite waard om je eigen intuïtie en gezond verstand serieus te nemen. Een oncomfortabel gevoel kan al aanleiding zijn tot het stellen van vragen”.

En daar zit de crux: het lef om toch het gesprek aan te gaan hoe lastig dat ook kan zijn.

 

De volgende tips kunnen daarbij behulpzaam zijn:

  1. Stel een oordeel uit.
    En dat geldt zeker ook voor de collega-toezichthouders. Hoe gek ze ook vinden wat op tafel wordt gelegd of hoe oneens ze het daarmee ook zijn.
  2. BOB helpt.
    Het maken van onderscheid tussen beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming helpt om echt de tijd te nemen om te verkennen wat er speelt. Ook helpt dit anderen om duidelijk te maken in welke fase van het gesprek men zit en wat voor soort vragen aan de orde zijn.
  3. Let’s have a better look’ en stel open vragen.
    Open vragen zijn geen vragen waarin het oordeel al verpakt is, maar vragen om werkelijk een beeld te krijgen van wat er aan de orde is.
  4. Het helpt als iemand expliciet de rol van Socrates aangewezen krijgt met als opdracht om telkens maar alles ter discussie en vragen te stellen. Iemand mag dan legitiem doorvragen en lastig zijn zonder dat hij na afloop de gifbeker van zijn collega’s krijgt gepresenteerd…..
  1. En last but not least: een goede voorzitter.
    Dat is een voorzitter die luistert, bijstuurt en eventueel ingrijpt met name als de veiligheid in het geding is. Juist hij heeft een rol om er voor te zorgen dat alles aan bod kan en mag komen!
Geplaatst in .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.