Toezichthouden op publieke waarden

Tijdens het gesprek dat we vanuit onze RvC voerden met de visitatiecommissie werd gevraagd naar ons toezichtkader. Welke normen hanteren jullie binnen de raad? Hoe beoordeel je dat de woningcorporatie het goede doet en doet de corporatie en de RvC dan ook nog het goede goed?  Het zijn ingewikkelde vragen en als we als RvC niet het proces over de totstandkoming van onze toezichtsvisie hadden doorgemaakt, dan zouden we meer aarzelend en zoekend  hebben geantwoord.

Het afgelopen jaar hebben we in de raad met elkaar gezocht hoe we onze toezichtskader scherper konden maken. Die behoefte was ontstaan,  omdat we als RvC bijna omkwamen in de hoeveelheid aan onderwerpen, ontwikkelingen en discussies. De vergaderingen gingen steeds langer duren en de hoeveel stukken in Ibabs nam alsmaar toe. We erkenden het risico, dat we ons als RvC volgend en reactief gingen opstellen, terwijl we juist graag proactief en soms ook agendasettend wilden zijn.

In de discussie rondom het toezichtkader was voor ons een heet hangijzer of je criteria en output moest vastleggen of juist niet. En hoe verhoudt het sturen op resultaten zich nu tot de complexe maatschappelijke context, waarin een woningcorporatie opereert?  Er werd gezocht naar hoe je aan de voorkant kunt sturen en er toch voldoende ruimte laten voor het ‘ondertussen’, waar je een goed gesprek over kunt voeren. Daarnaast speelde bij ons ook de vraag of we met een uitgebreider toezichtskader vooral in de toezichtsrol zouden stappen, wat minder ruimte gaf aan de klankbordrol.

De strategische driehoek van Mark Moore over public value hielp ons verder op weg. Public value beschrijft zowel de maatschappelijke waarde van een organisatie in de ogen van het publiek als het vertrouwen van het publiek in de organisatie. Het gaat  om het creëren van publieke waarde, waarbij dit breder is dan alleen de markteconomische aspecten. Het gaat ook om sociale, politieke, culturele en ecologische waarde.

De pijlers van de strategische driehoek van public value zijn:

 

In onze RvC  hebben we onze toezichtsvisie en -kader met deze driedeling geladen. De meerjarenstrategie, besturingsfilosofie, begroting en eerder geformuleerde uitgangspunten van de RvC gebruikten we hiervoor als input. Daarnaast bespraken we dat in het samenspel tussen bestuur en toezicht het goede gesprek belangrijk is en blijft. Een goed gesprek kan alleen plaatsvinden op basis van een relatie van gepast vertrouwen. Daarbij is  een open en transparante uitwisseling van kwalitatief goede informatie en een helder toetsingskader essentieel. Voor ons is het ook belangrijk dat er in het gesprek ruimte is om af te gaan intuïtie, twijfels en dilemma’s getoond en besproken mogen worden. Daarnaast durven we elkaar te bevragen op commitment over de publieke waarden die we nastreven.

Om zo’n toezichtsvisie en – kader levend te houden binnen de RvC experimenteren we nu met drie reflectievragen aan het eind van iedere vergadering. Nadat de agenda is afgerond, kijken we te terug op de onderwerpen die we hebben besproken, hoe we dat hebben gedaan en stellen ons zelf de volgende vragen:

  1. Past wat wij doen bij onze bedoeling en draagt het bij aan onze strategische doelen?
  2. Komt wat wij doen tot stand in samenspraak en met steun van de belanghebbenden? (Is er externe legitimiteit voor wat wij doen?)
  3. Werken we op een efficiënte en effectieve manier, zijn de risico’s acceptabel en is er samenwerkingsvoordeel met onze partners?

Door te reflecteren op de onderwerpen die in de vergadering aan de orde kwamen, leiden deze vragen niet tot een abstract of “hoog over” gesprek.  Door gebruik te maken van voorbeelden die aan de orde zijn geweest, leert het ons over hoe we hiermee omgaan en brengt het ons terug naar de essentie van waarvoor we daar bij elkaar zitten.

Geplaatst in .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.